Van ”Oeigoerse held“ naar handelsreiziger: open vragen aan minister Sjoerdsma over zijn reis naar Peking

Een open oproep aan de minister van een Oeigoerse activist en commentator, van wie 19 familieleden direct slachtoffer zijn van de Chinese genocide.
Op 6 juli 2026 deelde de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Sjoerd Sjoerdsma, via zijn X-account (voorheen Twitter) officieel het nieuws over zijn aanstaande reis naar China. Dit bericht stemt ons diep tot nadenken over hoe principes en belangen botsen in de internationale politiek.
https://x.com/ministerbhos/status/2074101682443624849?s=46
Gezien de flagrante tegenstrijdigheid tussen de eerdere strijd van de minister en zijn huidige standpunt, achtte ik het van cruciaal belang om deze opinie te publiceren.
Sinds de Chinese overheid in 2014 begon met het uitvoeren van haar beleid van genocide in Oost-Turkistan, zijn we op het wereldtoneel getuige geweest van vele verbijsterende gebeurtenissen. Vandaag vindt een van die verbijsterende zaken plaats in Nederland.
Sjoerd Sjoerdsma, de Nederlandse minister voor Buitenlandse Handel, staat op het punt te vertrekken naar Peking en Shanghai. Hij leidt een delegatie van vertegenwoordigers van 17 grote multinationals, waaronder ASML, en de grootste werkgeversorganisatie (VNO-NCW), met als doel ”de bilaterale handelsbetrekkingen met China te versterken“.
Achter dit nieuws gaat een politiek drama schuil. Verandert de verschuiving van de zetel — van parlementslid naar het ministerschap — ook de principes van een politicus? Staan handelsbelangen dan altijd boven mensenrechten?
Wie is Sjoerd Sjoerdsma? De ”Oeigoerse held“ van gisteren
Misschien is een deel van de lezers niet goed op de hoogte van het verleden van de huidige minister voor Buitenlandse Handel.
Sjoerdsma is een prominent lid van de sociaal-liberale partij D66. Op 21 februari 2021 zette hij als parlementslid een historische stap tegen de misdaden van de Chinese overheid in Oost-Turkistan. Hij diende een motie in bij de Tweede Kamer, waarmee de wreedheden tegen de Oeigoeren officieel werden erkend als ”genocide“.
Dit besluit van het Nederlandse parlement diende als voorbeeld voor andere Europese landen en bracht een kettingreactie teweeg. Om die reden werd Sjoerdsma in de ogen van de Oeigoeren een rechtvaardige, moedige en ”heldhaftige politicus“.
Omdat deze actie uiteraard tegen het zere been van Peking was, plaatste de Chinese overheid hem officieel op haar sanctielijst. Jaren later is ditzelfde gesanctioneerde parlementslid toegetreden tot het kabinet en minister voor Buitenlandse Handel geworden.
Minister Sjoerdsma kiest er wellicht voor om te zwijgen om zichzelf te sparen tegenover China. Het Nederlandse parlement heeft echter onlangs — op 21 mei 2026 — op initiatief van parlementslid Stephan van Baarle, met een grote meerderheid twee historische moties (21501-02-3409 en 21501-02-3410) aangenomen die rechtstreeks verband houden met deze handelsmissie. Hiermee is de regering een duidelijke verplichting opgelegd.
Aan de vooravond van deze reis leggen wij deze officiële parlementsbesluiten voor aan minister Sjoerdsma en stellen wij hem de volgende indringende vragen.
Zult u, in overeenstemming met motie 3409, de Oeigoerse mensenrechtenkwestie openlijk aankaarten
Het Nederlandse parlement heeft op 21 mei in motie 3409 vastgesteld:
”De handelsmissie van de regering naar China dient de Oeigoerse mensenrechtencrisis en de kwestie van dwangarbeid expliciet, openlijk en onvoorwaardelijk op de bilaterale agenda te zetten.“
Meneer de minister, wanneer u uw Chinese ambtgenoot Wang Wentao ontmoet, zult u dan conform deze bepaling de Oeigoerse genocide op tafel leggen? Of zult u uw ogen sluiten en zwijgen voor de miljardenbelangen in de chiphandel, en daarmee de uitdrukkelijke wens van het parlement negeren?
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2026Z10528&did=2026D23816
Zult u, in overeenstemming met motie 3410, Oeigoerse dwangarbeidproducten die niet onafhankelijk te verifiëren zijn, weren
In een andere motie (3410), die door het parlement is aangenomen, staat:
”Bij de handhaving van de Europese wetgeving inzake gepaste zorgvuldigheid in de toeleveringsketen (CSDDD), dienen de strengste controles en beperkingen te worden opgelegd aan goederen die afkomstig zijn uit regio’s waar onafhankelijke verificatie onmogelijk is (Oost-Turkistan).“
Zult u de toeleveringsketens van de 17 grote Nederlandse bedrijven die u leidt in Oost-Turkistan strikt controleren en aanpakken volgens deze eis? Zult u als minister voor Buitenlandse Handel uw ogen sluiten en vertrouwen op de ”valse auditrapporten“ uit China, of zult u luisteren naar deze waarschuwing van het parlement?
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2026Z10529&did=2026D23817
Reist u naar Peking als een politicus die vasthoudt aan zijn principes, of als een handelsvertegenwoordiger die zwicht voor materiële belangen
De Chinese overheid heeft u eerder op haar sanctielijst gezet omdat u ”de Oeigoeren beschermde“ en ontzegde u de toegang tot het land. Dat Peking u vandaag als minister een visum verleent en u met de rode loper ontvangt — is dat de prijs voor het opgeven van uw standpunten sinds u op de ministersstoel zit?
Wat betekenen de ronkende woorden die westerse politici vanaf de parlementaire podia uitspreken wanneer zij de regering in Peking bekritiseren in naam van universele waarden en mensenrechten? Is het zo dat die luide toespraken slechts een politieke ladder waren tot aan het bestuurspluche?
Nu u reële macht heeft binnen het kabinet, slokken de economische belangen met China dan de internationale wetgeving en het collectieve geweten van de mensheid op? Weegt de inkt van de pen waarmee handelscontracten worden ondertekend zwaarder dan het bloed en de tranen die in Oost-Turkistan vloeien?
Een historische beproeving
Meneer de minister Sjoerdsma, deze reis is een grote historische beproeving die uw politieke geweten en uw loyaliteit zal definiëren.
Blijft u trouw aan de officiële verzoeken van het Nederlandse parlement en aan uw eigen verleden als voorvechter van rechtvaardigheid, of verkwanselt u deze voor handelsverdragen in Peking?
Ik — als een Oeigoer van wie 19 familieleden direct slachtoffer zijn van de misdaad van genocide door de Chinese overheid — beschouw mezelf als volledig gerechtigd om u deze pijnlijke vragen te stellen. U was destijds de politicus die aan de wieg stond van de erkenning van de Oeigoerse genocide, ook in andere Europese landen; u stond aan onze kant.
Weet heel goed dat er vandaag aan de onderhandelingstafel in Peking niet alleen de Nederlandse handelsbelangen liggen, maar ook de menselijke waardigheid die u gisteren nog verdedigde.
Kunt u de Chinese functionarissen recht in de ogen kijken en de rechten opeisen van mijn 19 familieleden en de miljoenen Oeigoeren?
Nu is het woord aan u.
De wereld en de geschiedenis kijken nauwlettend mee naar elk woord en elke daad in Peking.
Abdurehim Gheni Uyghur


